

Op dinsdag 16 april 2002 moesten we met Joost
voor controle naar het ziekenhuis in Gouda.
Aangezien het de laatste weken en met name
de laatste dagen niet zo goed met hem ging
werd hij grondig onderzocht door dr. Tjon.
Het klonk allemaal niet erg best! Er moesten
foto's van Joost zijn longen gemaakt worden.
Bloed en snottebellen werden naar het lab
gestuurd voor verder onderzoek. Al snel kwam
uit deze onderzoeken dat Joost een longontsteking
had. Het RS-virus werd min of meer uitgesloten.
Een uurtje later kwamen ze ons toch vertellen
dat Joost ook het RS-virus bij zich had.
Thuis gelijk weer achter de PC gedoken om
te kijken wat dat nu weer te betekenen heeft.
Voorlopig moet Joost in ieder geval in het
ziekenhuis blijven.
Hij zit aan het zuurstof wat 'm gelukkig
weer een beetje energie geeft.
Wat het RS-virus inhoudt kun je hieronder
lezen:
Uitleg RS-virus
Het R(espiratoir) S(yncytiaal)-virus is verwant
aan het griepvirus. Vooral baby’s en jonge
kinderen kunnen er veel last van ondervinden.
Het virus veroorzaakt een infectie in de
luchtwegen waardoor je kindje het benauwd
krijgt. Bij erge benauwdheid kan het zijn
dat je baby moet worden opgenomen in het
ziekenhuis. Het duurt gemiddeld tien dagen
voordat je kindje weer beter is.
Symptomen
Het RS-virus lijkt erg op een verkoudheid. Je baby heeft een verstopte neus en slijm
in zijn longetjes. Hierdoor krijgt je kindje
problemen met ademhalen. Hij kan piepgeluidjes
gaan maken bij het ademen of hijgerig naar
lucht happen. Verder kan je baby last hebben
van hoestbuien waarbij hij slijm opgeeft.
Bij sommige kinderen zijn de hoestbuien zo
heftig dat ze ervan moeten braken.
In de ernstige gevallen heeft je baby daarnaast een grauwe kleur in zijn gezichtje en drinkt hij slecht. Dit laatste kan er samen met het braken voor zorgen dat je baby uitdroogt. In tegenstelling tot peuters en kleuters hebben jonge baby’s met het virus meestal geen koorts. Ondanks dat kan je kindje behoorlijk ziek worden van het virus.
Behandeling
Net als griep of verkoudheid kun je het RS-virus
alleen maar bestrijden door je kindje goed
te laten uitzieken. Het gaat in de meeste
gevallen namelijk van zelf weer over. Als
je baby het erg benauwd heeft, zal de huisarts
je waarschijnlijk neusdruppels en/of inhalatiemiddelen
voorschrijven. Maar wanneer je baby bijna
geen lucht meer krijgt, slecht drinkt en
daardoor tekenen van uitdroging vertoont,
moet hij worden opgenomen in het ziekenhuis.
Een kindje met een ernstig vorm van het virus moet gemiddeld een week in het ziekenhuis blijven. Daar krijgt je baby antibiotica. Om ervoor te zorgen dat je kindje weer beter kan ademhalen, krijgt hij medicijnen die vaak in de vorm van een spray worden toegediend. Deze spray zorgt ervoor dat zijn luchtwegen weer open gaan doordat de slijmvliezen slinken en het slijm oplost. Dit sprayen wordt vernevelen genoemd.
Soms is vernevelen alleen niet genoeg. Dan
kan het zijn dat je baby enige tijd extra
zuurstof nodig heeft. In de ergste gevallen
moet je kindje worden beademend. Gelukkig
komt dat maar heel weinig voor. Baby’s die
door het virus slechter zijn gaan drinken,
krijgen meestal een sonde om ervoor te zorgen
dat ze toch genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen.
Gevolgen
Het kan zijn dat je baby nog wat restgevolgen
overhoudt aan een besmetting met het RS-virus.
Kindjes die een ernstige vorm van het virus
hebben gehad, zijn vaak sneller verkouden
of snotterig dan andere kinderen. Tijdens
deze verkoudheden komt het piepen of rochelen
bij het ademen soms weer een beetje terug.
Als je kindje het daarbij ook weer benauwd
krijgt, kan het zijn dat het virus terug
is en kun je het beste contact opnemen met
je huisarts.
Het feit dat je kindje na het RS-virus nog wat kortademig is, betekent overigens niet dat hij astma heeft. Deze kortademigheid is alleen een gevolg van het virus. Meestal verdwijnen deze verschijnselen vanzelf wanneer je kindje wat ouder en sterker wordt. Sommige ouders zien hun kindje dan ook uitgroeien van een kwakkelend en mager baby’tje tot een gezonde en sterke peuter. Het komt in de meeste gevallen uiteindelijk dus allemaal goed.
Preventie
Het is heel moeilijk om te voorkomen dat
je kindje het RS-virus krijgt. De ziekte
is namelijk erg besmettelijk. Het wordt verspreid
door de lucht en via aanraking. Je kindje
krijgt het al als hij de uitgehoeste lucht
inademt van iemand anders met het virus,
of als hij door zo iemand wordt geknuffeld
of gezoend. En vaak weet je niet dat die
ander het virus heeft, omdat oudere kinderen
en volwassenen er niet echt ziek van worden.
Bij deze groep openbaart het virus zich alleen
als een verkoudheid.
Je kindje kan niet tegen het virus worden ingeënt. De medische wetenschap is druk bezig met het ontwikkelen van een algemeen vaccin tegen de ziekte, maar het duurt waarschijnlijk nog even voordat het er echt is. Als je kindje de ziekte eenmaal heeft gehad, is het niet zo dat hij er vanaf dan immuun voor is. Het kan dus zijn dat de ziekte nog een keer terugkomt. Hoe ouder en sterker je kindje is, hoe beter zijn lichaam echter het virus kan bestrijden. Een tweede ziekenhuisopname komt dan ook niet zo vaak voor.
Sinds dit jaar bestaat er wel een vaccin dat uitsluitend bedoeld is voor kindjes die behoren tot de risicogroep. Deze baby's kunnen maandelijks, van oktober tot en met april, een injectie krijgen. Maar ook dan kan nog niet met 100 % zekerheid worden gegarandeerd dat je baby de ziekte niet krijgt. Bovendien zijn er erg hoge kosten verbonden aan deze vaccinatie. Een hele kuur kost ongeveer 18.200,= euro. In sommige gevallen wordt dit echter vergoed.
Risicogroep
Vooral kleine kinderen zijn erg vatbaar voor
het virus. Dat komt omdat de longen van baby’s
nog niet helemaal volgroeid zijn. Daardoor
zijn de luchtwegen van een klein kindje erg
gevoelig voor infecties. Omdat de luchtwegen
van een baby nog erg smal en klein zijn,
krijgt hij het bovendien al snel benauwd
als zijn slijmvliezen opzetten en er slijm
in zijn longblaasjes komt. Vaak hebben kleine
kinderen ook nog niet voldoende kracht om
het slijm op te hoesten.
Baby’s die te vroeg geboren zijn en kindjes met een hart- of een longaandoening hebben een nog grotere kans om de ziekte te krijgen. Bij deze kindjes is het dus zaak om extra voorzichtig te zijn. Volwassenen en oudere kinderen worden niet echt ziek van het virus. Zij krijgen hooguit een stevige verkoudheid. Maar vaak zijn zij wel diegenen die de ziekte verspreiden en kleine kinderen besmetten. Het is dus verstandig om ouderen kinderen en volwassenen met een verkoudheid bij je baby uit de buurt te houden.
Seizoen
Het RS-virus is heel erg seizoensgebonden.
Het komt vooral voor in de wintermaanden,
van oktober tot en met maart. Als de "R"
weer in de maand zit, is het dus oppassen
geblazen. Elke jaar moeten er in die periode
ongeveer duizend tot tweeduizend kinderen
met het virus in het ziekenhuis worden opgenomen.
Geknipt van de site: http://www.babyinfo.nl/ !
![]() |
![]() Home |
